Spelen voor gevorderden

Kunst is geen kinderspel, maar waarom eigenlijk niet?
En waarom zou je geen kunst voor kinderen maken?
Is kunst waarmee je kunt spelen alleen voor kinderen?
En is het dan kunst, speelgoed of allebei of geen van beide?

Dit zijn vragen die ik tegenkom in mijn werk als beeldend kunstenaar/ruimtelijk vormgever. Naast opdrachten onder de bedrijfsnaam Beeldbouw ontwerp en maak ik ook “objecten” die niet voortkomen uit een opdracht maar die ik als vrij werk beschouw.

De begrippen spel en spelen komen hier samen met andere begrippen die meer verbonden zijn met de beeldhouwkunst. Met name klassieke principes als ruimtelijkheid, serialiteit, stapeling, ordening, compositie en constructie zijn belangrijke ingrediënten bij het maken van deze kunst.

 

Spelen

Laat ik eerst verhelderen wat voor mij het begrip spelen eigenlijk inhoudt. De afgelopen jaren werd mij duidelijk dat tijdens het werken voor opdrachtgevers het spel-element belangrijker is dan ik dacht.
Ik realiseerde me dat ik nooit alleen bezig was met ontwerpen van hoe de buitenkant er uit zou zien.
Een belangrijk en bepalend deel van het ontwerpproces bestaat vaak uit klooien met dingetjes, vormpjes, materialen, plaatjes en dergelijke. Dit helpt mij om een concept of idee vorm te geven waarbij dan de nadruk ligt op de intrinsieke interne kwaliteiten van het eindresultaat; het ziet er niet alleen aan de buitenkant mooi uit maar heeft ook een goede gestalt.

Ik vind dat elk voorwerp dat bestaat het recht heeft om goed in zijn vel te zitten. Daar ligt dan ook de verantwoordelijkheid van de maker. Die verantwoordelijkheid zie ik niet als een taak of als huiswerk maar als een vorm van spel. Spelen is dan een vorm van onderzoeken, proberen, vragen stellen, testen en soms opnieuw beginnen. Dit kan resulteren in een ontwerp van de meest doelmatige oplossing met een duidelijke functionaliteit, maar ook in een object waarvan de eindvorm niet vaststaat maar door de gebruiker kan worden bepaald afhankelijk van de situatie.
In dat laatste geval strekt het speelse element van het ontwerpproces zich uit naar de gebruiker; ontwerpen en gebruiken worden steeds meer hetzelfde ding.

Spelen is niet voorbehouden aan kinderen, ook volwassenen behoren tot de spelende mens. Met spelen voor volwassenen bedoel ik dan het openstaan voor mogelijkheden, verschillende vormen van ruimtelijkheid en perspectief door om te gaan met objecten.
Niet als tijdverdrijf of om een puzzel met uitkomst op te lossen, maar als een avontuur waarin je binnen de beperking van de spelregels je eigen wereld creëert. Er zijn dus geen goede of foute oplossingen, maar je eigen associaties en fascinaties zijn zowel begin- als eindpunt van het spelproces.
Uiteraard vraagt dit nogal wat van de speler, betrokkenheid, enthousiasme en inlevingsvermogen bepalen het succes van het spelproces. Mijn kunst kan dan juist een middel zijn om het spelen aan te jagen en het plezier van spelen opnieuw te ontdekken. Uiteindelijk kan iedere speler gevorderd worden.

Om terug te komen op de vragen die ik vooral aan mezelf stelde aan het begin; ik streef ernaar de definities van kunst, speelgoed, kinderen en volwassenen steeds meer los te laten. Naar mijn idee hoeft er geen grens te bestaan tussen “kunst” en “speelgoed”. Ook het begrip leeftijd vind ik niet zo belangrijk. Zoals goede jeugdliteratuur ook interessant is voor volwassenen streef ik er naar mijn kunst toegankelijk te maken voor alle leeftijden.

 

Omgaan met schijnbare tegenstellingen

Autonome kunst versus toegepaste kunst of vormgeving, speelgoed tegenover kunst, abstract tegenover concreet. In mijn werk wil ik deze tegenstellingen graag opheffen omdat ze naar mijn idee te beperkte begrippen zijn. Het beste gaat dit door niet te veel waarde toe te kennen aan de afzonderlijke begrippen; negeren werkt het beste.
De laatste jaren heb ik op deze manier werk gemaakt dat voor de één speelgoed is, maar voor de ander een kunst. Als de gebruiker behoefte heeft aan een definitie mag hij zelf kiezen.

Wegwerkverkeer is een serie speelobjecten die ook gezien kunnen worden als beweegbare sculpturen. Vanouds ben ik geïnteresseerd in bouwmachines, shovels en kranen.
Wat mij fascineert is de doelmatigheid maar ook de robuustheid van hun verschijningsvorm. Tijdens het ontwerpen van deze objecten concentreer ik me eerst op de beweging die ik wil dat ze maken. Dat gaat dus over rijden, kiepen, draaien, hijsen en dergelijke.
Meestal begin ik dan met het uitdenken van dat bewegingsmoment. Als ik dat heb bepaald zet ik pas de vormen eromheen zodat er een voertuig ontstaat. Daarbij vind ik het niet belangrijk dat de gebruiker een object meteen herkend als bijvoorbeeld een trekker. Juist de ruimte voor associatie maakt dat een object voor de één lijkt op een trekker en voor de ander op een locomotief.
Het ontwerpproces loopt eigenlijk van abstract naar concreet; de Gestalt van alle onderdelen maakt het tot een ding.

Blokkendozen. Bouwen met blokken is voor alle leeftijden interessant. Voor mij belangrijk is dat ik het vooral zie als een methode om ruimtelijkheid te ontdekken. Een toren of een huis bouwen is niet als eerste de bedoeling, het gaat er meer om de verschillende mogelijkheden en beperkingen van de blokvormen te gebruiken als spel-ingrediënt .
De ruimtelijkheid van de elementen wordt bepaald door de verdeling van materiaal tegenover ruimte, beide zijn even belangrijk.
De fantasie van de gebruiker bepaalt of deze het resultaat ziet als balkon of als zwembad of parkeergarage. Dit resultaat kan dus ook veranderlijk zijn, met één blokkenset kun je elke week een nieuwe sculptuur maken.

Het blokboek is de meest recente loot aan de stam en het idee daarvan is nog volop in ontwikkeling. In weze is het een variant op het prentenboek, maar dan in drie dimensies. De basisvorm is een kubus die wordt opgebouwd uit ‘dikke’ bladzijden.
De echte ruimtelijkheid blijft verborgen in het blok, aan de buitenzijdes (de voor- en achterpagina) zijn slechts summiere aanwijzingen te zien. De gebruiker bladert door het boek en beleeft met elke omslag een andere ruimtelijkheid van hetzelfde concept.
Het is geen prentenboek met platte plaatjes maar een beweegbare sculptuur. De inhoud wordt wel bepaald door een idee of een visie, maar de uitwerking is in een abstracte beeldtaal. Het bladeren doet een beroep op de associaties van de gebruiker, in feite maakt hij een mentale reis door een drie-dimensionale omgeving.